Geen Italiaans recept deze keer. Tot mijn favoriete keukens horen naast de Italiaanse en Griekse toch zeker ook de Amerikaanse.
Bij de Amerikaanse keuken zullen de meeste mensen denken aan de ongezonde fastfood gerechten met soms weinig smaak. Maar als je deze gerechten zelf maakt, kan je ze zo gezond maken als je wil en lekker veel smaak geven. De Amerikaanse keuken is ook zeer gevarieerd door de invloeden van veel culturen.
En zeg nou zelf, een brownie, een stuk cheesecake en een broodje hamburger zijn toch gewoon heerlijk op zijn tijd. Zelf ben ik ook heel erg gek op sweet potato fries, zoals je die in een baseballstadion kan kopen.
Dit recept is een variatie op de taco, waarbij je niet na de eerst hap alleen maar met een bord/hand vol kruimels zit.
Hier in Italië kan ik prachtige grote plakken bladerdeeg kopen. In veel winkels in Nederland is dat nog niet te vinden. Leg dan een aantal plakjes bladerdeeg op elkaar en rol dat uit tot een grotere plak, of gebruik een pak kant-en-klaar pizzadeeg. Je kan natuurlijk ook zelf deeg maken ;-)
Ingrediënten
500 gr rundergehakt
1 ui, gesnipperd
1 plak bladerdeeg
1 flinke snuf paprikapoeder
1 flinke snuf gemalen komijn
1 flinke snuf cayennepeper
1 flinke snuf oregano
1 teen knoflook
1 pond tomaten
25 gr gesmolten boter
1 kr
op ijsbergsla
150 gr geraspte kaas
voor erbij: zure room en guacamole
Bereiding
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Doe het gehakt in een pak en zet op een laag vuurtje. Bak het gehakt rul. Als je op een laag vuur start, hoef je eigenlijk geen extra vet toe te voegen. Als het gehakt begint te bruinen kan je het vuur wat hoger zetten en de ui toevoegen. Pers de knoflook boven de pan uit en voeg de kruiden toe. Laat alles gaar worden en zet daarna het vuur uit en laat wat afkoelen. Hak de tomaten fijn.
Rol de plak bladerdeeg uit. Snijd aan beide zijden het deeg tot een derde in om de twee centimeter.
Verdeel het vleesmengsel over het deeg en bestrooi met een flinke hoeveelheid van de kaas.
Verdeel er een deel van de tomaten over.
Vouw vervolgens het deeg afwisselend van links en rechts over de vulling heen.
Bestrijk het deeg met de gesmolten boter en strooi de rest van de kaas eroverheen.
Zet een half uur in de oven tot de braid goudbruin is.
Serveer met fijngesneden ijsbergsla, de rest van de tomaten, de zure room en de guacamole.
woensdag 13 januari 2016
donderdag 7 januari 2016
Risotto
Het is een tijdje geleden dat ik iets op mijn blog geschreven heb, ik heb vakantie gehad. Eerst ben ik op vakantie geweest, toen heb ik zelfs een ruime week niet gekookt.
Daarna waren de kinderen hier in Milaan en heb ik andere dingen gedaan dan aan mijn blog schrijven, ik heb vooral genoten van hun gezelschap.
Nu is het gewone leven weer teruggekeerd en ga ik weer regelmatiger koken en schrijven.
Een van de gerechten die ik hier vaak maak en eet is risotto. Risotto is een echt Milanees gerecht. Je maakt de risotto dan met saffraan. Over twee weken staat er weer een kookles op het programma waarbij we risotto gaan maken met rode wijn, en in de vakantie at ik een keer een risotto met artisjok en granaatappelpitten. In de herfst stond er bij veel restaurants in de regio risotto met paddenstoelen op het menu.
Hierbij een basisrecept waarop je een variatie kunt maken,
2-3 eetlepels olijfolie
1 ui, heel fijn gesnipperd
200 gr risottorijst
1 glas witte wijn
500 ml kippen- of groentebouillon (mag van een blokje zijn)
50 gr boter
50 gr parmezaanse kaas
zout en peper
Verwarm ondertussen de bouillon in een andere pan.
Voeg de rijst toe aan de uien en roer goed zodat alle rijstkorrels gecoat worden met een laagje olie.
Voeg het glas witte wijn toe en laat even doorkoken. Voeg vervolgens lepel voor lepel de bouillon toe aan de rijst en laat op een zacht vuurtje pruttelen. Roer goed en zorg dat bijna al het vocht is opgenomen voor je weer een lepel toevoegt.
Tegen het einde van de kooktijd, na ongeveer 18 minuten proef je even of de rijst gaar is. Zacht, maar nog net al dente.
Voeg als de rijst gaar is de boter en de parmezaan toe en roer goed door.
Breng tenslotte op smaak met peper en eventueel zout.
Wil je Milanese risotto maken voeg dan een paar draadjes saffraan toe aan de bouillon.
Je kan met de ui ook kleingesneden artisjokbodems toevoegen en ten slotte de risotto garneren met granaatappelpitten.
Daarna waren de kinderen hier in Milaan en heb ik andere dingen gedaan dan aan mijn blog schrijven, ik heb vooral genoten van hun gezelschap.
Nu is het gewone leven weer teruggekeerd en ga ik weer regelmatiger koken en schrijven.
Een van de gerechten die ik hier vaak maak en eet is risotto. Risotto is een echt Milanees gerecht. Je maakt de risotto dan met saffraan. Over twee weken staat er weer een kookles op het programma waarbij we risotto gaan maken met rode wijn, en in de vakantie at ik een keer een risotto met artisjok en granaatappelpitten. In de herfst stond er bij veel restaurants in de regio risotto met paddenstoelen op het menu.
Hierbij een basisrecept waarop je een variatie kunt maken,
Ingrediënten
| saffraan die ik afgelopen jaar op de Expo kocht |
1 ui, heel fijn gesnipperd
200 gr risottorijst
1 glas witte wijn
500 ml kippen- of groentebouillon (mag van een blokje zijn)
50 gr boter
50 gr parmezaanse kaas
zout en peper
Bereiding
Verwarm de olie in een hapjespan en fruit de ui tot die zacht is. Laat de ui niet kleuren.Verwarm ondertussen de bouillon in een andere pan.
Voeg de rijst toe aan de uien en roer goed zodat alle rijstkorrels gecoat worden met een laagje olie.
Voeg het glas witte wijn toe en laat even doorkoken. Voeg vervolgens lepel voor lepel de bouillon toe aan de rijst en laat op een zacht vuurtje pruttelen. Roer goed en zorg dat bijna al het vocht is opgenomen voor je weer een lepel toevoegt.
Tegen het einde van de kooktijd, na ongeveer 18 minuten proef je even of de rijst gaar is. Zacht, maar nog net al dente.
Voeg als de rijst gaar is de boter en de parmezaan toe en roer goed door.
Breng tenslotte op smaak met peper en eventueel zout.
Wil je Milanese risotto maken voeg dan een paar draadjes saffraan toe aan de bouillon.
Je kan met de ui ook kleingesneden artisjokbodems toevoegen en ten slotte de risotto garneren met granaatappelpitten.
woensdag 2 december 2015
Cavolo Nero
Ik probeer graag de Italiaanse recepten en producten uit. Op vrijdag is er een markt is onze buurt. Daar loop ik graag overheen en kijk bij de kramen wat er te krijgen is.
Als er iets ligt wat je niet kent, zijn de marktkooplui altijd bereid te vertellen wat het is en wat je ermee kan.
Behalve kraampjes met kleren van goede kwaliteit zijn er natuurlijk ook veel kramen met groente en fruit. De producten zijn in deze kramen prachtig uitgestald en zijn eigenlijk altijd producten van het seizoen.
In dit jaargetijde zijn dat bijvoorbeeld de kolen. Zo zag ik de Cavolo Nero liggen. In Nederland nog niet zo bekend, en misschien niet overal te krijgen, maar je kan dit recept ook met savooiekool, snijbiet, of zelfs spinazie maken.
1 kg cacolo nero
2 eetleperls olijfolie
1 ui, in ringen
3 tenen knoflook
1 theelepel gedroogde chilivlokken (als je van pittig houd)
2 takjes rozemarijn
2 1/2 dl kippenbouillon (mag natuurlijk van een blokje zijn)
15 gr boter
extra vergine olijfolie
Verhit de olie in een grote pan op halfhoog vuur. Doe de uienringen in de pan en laat de ui zacht worden, maar niet bruin. Hak de naaldjes van de rozemarijn fijn. Voeg de knoflook toe (uit de knijper of snijd in dunne plakjes) aan de uien en vervolgens de chillivlokken en de rozemarijn.
Laat nog een minuutje pruttelen.
Schep dan de koolbladen in de pan en schep alles om zodat de ui en de kool vermengd wordt. Doordat de kool slinkt gaat dat na een tijdje beter.
Giet de bouillon in de pan, breng aan de kook en laat een half uurtje op een laag vuurtje pruttelen.
Roer tot slot de boter door het gerecht en giet er voor het serveren nog wat olijfolie overheen.
Eet dit als secondi met bijvoorbeeld lam of kip of een lekker italiaans worstje.
Als er iets ligt wat je niet kent, zijn de marktkooplui altijd bereid te vertellen wat het is en wat je ermee kan.
Behalve kraampjes met kleren van goede kwaliteit zijn er natuurlijk ook veel kramen met groente en fruit. De producten zijn in deze kramen prachtig uitgestald en zijn eigenlijk altijd producten van het seizoen.
In dit jaargetijde zijn dat bijvoorbeeld de kolen. Zo zag ik de Cavolo Nero liggen. In Nederland nog niet zo bekend, en misschien niet overal te krijgen, maar je kan dit recept ook met savooiekool, snijbiet, of zelfs spinazie maken.
Ingrediënten
1 kg cacolo nero2 eetleperls olijfolie
1 ui, in ringen
3 tenen knoflook
1 theelepel gedroogde chilivlokken (als je van pittig houd)
2 takjes rozemarijn
2 1/2 dl kippenbouillon (mag natuurlijk van een blokje zijn)
15 gr boter
extra vergine olijfolie
Bereiding
Snijd de taaie stelen en nerven uit de koolbladreen en snipper de bladen in brede repen.Verhit de olie in een grote pan op halfhoog vuur. Doe de uienringen in de pan en laat de ui zacht worden, maar niet bruin. Hak de naaldjes van de rozemarijn fijn. Voeg de knoflook toe (uit de knijper of snijd in dunne plakjes) aan de uien en vervolgens de chillivlokken en de rozemarijn.
Laat nog een minuutje pruttelen.
Schep dan de koolbladen in de pan en schep alles om zodat de ui en de kool vermengd wordt. Doordat de kool slinkt gaat dat na een tijdje beter.
Giet de bouillon in de pan, breng aan de kook en laat een half uurtje op een laag vuurtje pruttelen.
Roer tot slot de boter door het gerecht en giet er voor het serveren nog wat olijfolie overheen.
Eet dit als secondi met bijvoorbeeld lam of kip of een lekker italiaans worstje.
woensdag 25 november 2015
Balsamico
Modena zelf is bekend om de Balsamico.
Balsamico is een azijnsoort, gemaakt van trebbianodruiven die groeien in de omgeving van Modena. Deze druiven worden vrij laat geplukt.
Alceto balsamico Tradizionale kan je kopen van honderd jaar oud, dan betaal je een paar honderd euro. Zo'n flesje schijn je wel lang mee te kunnen doen, omdat je maar weinig nodig hebt voor een gerecht.
Wij hebben een Condimento van 8 jaar oud en een azijn van 10 jaar oud gekocht. De condimento wordt gemaakt van alleen maar most. De balsamicoazijn wordt gemaakt van most en een beetje balsamicoazijn.
De azijn wordt gerijpt in houten vaten op speciale zolders.
Hierdoor staat de azijn bloot aan temperatuurwisselingen waardoor de kwaliteit omhoog gaat.
Volgens de traditionele regels moet de balsamicoazijn een van de laatste ingrediënten zijn die je toevoegt aan je gerecht en nooit meer dan een lepel per persoon.
Carpaccio: plakjes rosbief in dunne plakjes, kruiden met peper en zout, besprenkelen met olijfolie, parmezaanse kaas (versgeraspt) en balsamicoazijn.
Pizza Modena: Pizza met mozzarella, plakjes tomaat, dunne plakjes bacon, wat geraspte kaas en tenslotte rucola en balsamicoazijn.
Boerenomelet: omelet met parmezaanse kaas, ui, wortel, selderij, peterselie en balsamicoazijn.
Pasta gevuld met pompoen tot slot besprenkelen met een beetje balsamico.
Op gegrild vlees, of gegrilde groenten.
Vanille-ijs met aardbeien en een beetje balsamicoazijn.
Laat aardbeien 5 minuten marineren in een beetje balsamicoazijn.
woensdag 18 november 2015
Polenta
Voor oorsprong schijnt polenta een gerecht te zijn voor arme mensen, maar het staat inmiddels ook in allerlei restaurants op de kaart, vooral in herfst en winter.Polenta wordt gemaakt door het maismeel in bijna kokend water te strooie, en dan gedurende 50 tot 60 minuten al roerend te koken. En dat is zwaar werk.
Weer zo'n gerecht waar de hedendaagse Italiaanse geen tijd voor heeft. Gelukkig kan je een automatische roerder kopen voor op je polentapan, en je kan instant-polenta kopen die niet zolang nodig heeft.
Deze instant-polenta wordt soms in bouillon gekookt. De pap die zo ontstaat kan zo gegeten worden.
Ingrediënten
150 gram polenta (maïsgriesmeel)
6 decilter water
2,5 deciliter melk
1,5 theelepel zout
Kijk op de verpakking of deze verhouding voor het product dat jij hebt gekocht klopt!
Bereiding
Neem een pan met een dikke bodem, breng daarin water met zout aan de kook. Meng maïsgries en melk in een kom tot een gladde pap, giet dit bij het kokende water terwijl je goed klopt. Als de polenta dik wordt zet je het vuur laag. Laat de polenta nog minstens dertig minuten op laag vuur sudderen (kijk op de verpakking van het product dat je in Nederland koopt). Blijf roeren, en controleer dat de bodem niet aanbrandt, gebruik anders een sudderplaatje of bereid de polenta "au-bain-marie".
Je kunt de melk weglaten en alleen water gebruiken (dan dus 8,5 deciliter). Maar als je de polenta nog wilt bakken, dan krijg je een knapperiger korstje als deze met melk is bereid.
Serveren
Je kunt de polenta nu meteen opdienen, dan kun je het heel simpel serveren met boter en parmezaanse kaas, een tomatensaus of een saus met paddestoelen of vlees.
Je kan de polenta ook op een bord uitstorten, laten afkoelen en zo serveren. Andere mogelijkheden zijn: deze afgekoelde stukken in lekkere olijfolie te bakken, of in lagen te gebruiken als een soort lasagne.
woensdag 11 november 2015
Spetzofai
In Milaan maak ik dit gerecht graag met de Italiaanse worstjes met venkel. Misschien niet het originele recept, maar wel heel lekker.
Ingrediënten
1 kg tomaten
80 ml olijfolie
500 gr puntpaprika's
500 gr worstjes bijv. saucijsjes of catalaanse worstjes
zout en peper
80 ml olijfolie
500 gr puntpaprika's
500 gr worstjes bijv. saucijsjes of catalaanse worstjes
zout en peper
Bereiding
Snijd de tomaten in stukjes en maak er een
puree van in de blender. Snijd de paprika's in lange stukken en haal de zaden eruit.
Doe de helft van de olijfolie in een pan en
bak de paprika's 10 tot 15 minuten, tot ze licht kleuren. Haal ze van het vuur.
Snijd de worstjes in grove stukken en bak ze
in een anti--aanbakpan tot ze hun vet hebben losgelaten.
Verhit in een grote pan de overgebleven
olijfolie. Doe de tomatenpuree met de worstjes in de pan en laat een half
uurtje pruttelen totdat de saus dikker wordt. Dit duurt soms langer.
Verwarm de oven voor op 180 gr.
Haal de worstjes uit de saus en leg ze in het
midden van een ovenvaste schaal. Leg de paprika's erom heen en verdeel de saus
erover. Op smaak maken met peper.
Bak de schotel ongeveer 15 minuten. Heet
serveren.
Je vindt op internet en in kookboeken ook recepten met uien erbij of aubergine, maar ik vind deze pure variant toch echt het lekkerst.
dinsdag 3 november 2015
Zelf pasta maken
Zoals beloofd vandaag een stukje over het zelf maken van pasta.
De Italianen die ik heb gesproken zeggen verschillende dingen. Sommige zeggen dat er tegenwoordig bijna geen pasta meer zelfgemaakt wordt, anderen zeggen dat er Italianen zijn die nog iedere dag zelf pasta maken. De waarheid zal wel in het midden liggen. Als je werkt en pasta met de hand wil maken, heb je er waarschijnlijk geen tijd voor. Zelf pasta maken, met de hand, kost tijd.
Om een goed pastadeeg te maken zijn er een aantal zaken waar je op moet letten.
Als het deeg te hard lijkt, kan je het wat zachter krijgen door je handen even nat te maken, geen water toevoegen aan het deeg. Dan verder gaan met kneden. Het deeg zal dan wat zachter worden.
Zorg dat de keuken niet te warm is en dat het niet tocht. Het deeg droogt snel uit.
Als je een mooie gele kleur wilt, gebruik dan 4 ei-gelen per 200 gr bloem, en 2 theelepels olie.
Door het toevoegen van wat spinazie (gekookt en heel fijn gemaakt) of tomatenpuree kan je een kleurtje aan de deeg geven.
Na 10 tot 15 minuten kneden moet je een stevig, glad deeg hebben waar soms luchtbellen aan de oppervlakte verschijnen. Maak er dan een bal van bestrooi met bloem.
Laat het deeg dan een half uur rusten, verpakt in plastic, of onder een omgekeerde kom.
Vervolgens kan je het uitrollen. Dat kan met een deegroller. Draai je plak dan regelmatig en bestrooi je werkvlak en je deegroller af en toe met bloem. Uiteindelijk moet je deeg ongeveer 2mm dik zijn.
Als je een pastamachine hebt, verdeel het deeg dan in stukjes (zoveel stukjes als het aantal eieren dat je hebt gebruikt). Draai deze stukjes door de pastamachine, waarbij je begint op de grootste breedte. Doe dit 3 a 4 keer. Dan steeds iets dunner maken. Voor lasagne of tagliatelle is dikte 5 goed, voor ravioli is dikte 7 beter.
Als je zover bent kan je doen met je deeg wat je wilt. In stukken snijden, vullen, saus maken etc.
Als je de pasta nog niet meteen gaat koken, bewaar het dan afgedekt en bestrooid met griesmeel zodat het niet aan elkaar plakt.
Als je een Kitchenaid of iets dergelijks hebt kan je het kneden en het uitrollen door de machine laten doen, dan wordt dit een makkelijk karweitje.
Eet smakelijk!
De Italianen die ik heb gesproken zeggen verschillende dingen. Sommige zeggen dat er tegenwoordig bijna geen pasta meer zelfgemaakt wordt, anderen zeggen dat er Italianen zijn die nog iedere dag zelf pasta maken. De waarheid zal wel in het midden liggen. Als je werkt en pasta met de hand wil maken, heb je er waarschijnlijk geen tijd voor. Zelf pasta maken, met de hand, kost tijd.
Om een goed pastadeeg te maken zijn er een aantal zaken waar je op moet letten.
Ingredienten
De basishoeveelheden zijn, 1 ei op 100 gr bloem. Je kan eventueel een beetje zout en een klein beetje olijfolie toevoegen. De eieren moeten vers zijn en op kamertemperatuur. Als je het kan vinden neem dan bloem van type 00, in Nederland niet makkelijk te krijgen. De hoeveelheden zijn niet helemaal vast, bloem neemt soms meer vocht op.Als het deeg te hard lijkt, kan je het wat zachter krijgen door je handen even nat te maken, geen water toevoegen aan het deeg. Dan verder gaan met kneden. Het deeg zal dan wat zachter worden.
Zorg dat de keuken niet te warm is en dat het niet tocht. Het deeg droogt snel uit.
Als je een mooie gele kleur wilt, gebruik dan 4 ei-gelen per 200 gr bloem, en 2 theelepels olie.
Door het toevoegen van wat spinazie (gekookt en heel fijn gemaakt) of tomatenpuree kan je een kleurtje aan de deeg geven.
Bereiding
Zeef de bloem, maak een kuiltje in de bloemberg. Breek de eieren eventueel in een kom om de versheid te checken. Doe ze dan in het kuiltje. Begin te roeren met een vork. Eerst voeg je de bloem meer in het midden toe en werk zo naar buiten toe. Het deeg zal korrelig worden, ga dan verder met je handen.Na 10 tot 15 minuten kneden moet je een stevig, glad deeg hebben waar soms luchtbellen aan de oppervlakte verschijnen. Maak er dan een bal van bestrooi met bloem.
Laat het deeg dan een half uur rusten, verpakt in plastic, of onder een omgekeerde kom.
Vervolgens kan je het uitrollen. Dat kan met een deegroller. Draai je plak dan regelmatig en bestrooi je werkvlak en je deegroller af en toe met bloem. Uiteindelijk moet je deeg ongeveer 2mm dik zijn.
Als je een pastamachine hebt, verdeel het deeg dan in stukjes (zoveel stukjes als het aantal eieren dat je hebt gebruikt). Draai deze stukjes door de pastamachine, waarbij je begint op de grootste breedte. Doe dit 3 a 4 keer. Dan steeds iets dunner maken. Voor lasagne of tagliatelle is dikte 5 goed, voor ravioli is dikte 7 beter.
Als je zover bent kan je doen met je deeg wat je wilt. In stukken snijden, vullen, saus maken etc.
Als je de pasta nog niet meteen gaat koken, bewaar het dan afgedekt en bestrooid met griesmeel zodat het niet aan elkaar plakt.
Als je een Kitchenaid of iets dergelijks hebt kan je het kneden en het uitrollen door de machine laten doen, dan wordt dit een makkelijk karweitje.
Eet smakelijk!
Abonneren op:
Posts (Atom)



