donderdag 25 juni 2015

Griekse kip met citroen


De afgelopen tijd heb ik niet zoveel aan mijn blog geschreven. Ik heb ook niet zoveel gekookt in Milaan.
Ik heb wel veel gekookt, maar dat was op Poros. Voor de derde keer waren we op Poros waar we in Odysseus suites onder leiding van Katerina heerlijk gekookt hebben. Voornamelijk traditionele Griekse gerechten en we hebben ook weer veel gebakken.
Ik ga hier in Milaan ook maar op zoek naar filodeeg, want daar hebben we ook weer een aantal heerlijke zoete en hartige gerechten gemaakt. We maakten iedere dag brood en we hebben ook weer Koulouri gemaakt, een van mijn favorieten.
Bij de traditionele Griekse gerechten hebben we ook Kip met citroen gemaakt. In onze familie en bij onze vrienden een geliefd gerecht.
Ik maak het iets anders dan Katerina, en daarvan hier het recept.

Ingrediënten

1 Kip
8 aardappels, geschild en in partjes (wedges) gesneden
1/2 kop olijfolie
1/2 kop vers citroensap (de uitgeperste citroenen gebruik je ook)
2 theelepels zout
1 1/2 theelepel oregano
1/2 kop water
versgemalen peper

Bereiding

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Verwijder overtollig vet van de kip, en snijd wat van de huid aan de onderkant van de kip weg.
Doe de kip in een grote pan met deksel die in de oven kan. Schik de aardappels om de kip heen.

Meng in een kom de olijfolie en het citroensap, giet dat over de kip en de aardappels. Stop de uitgeperste citroenen in de holte van de kip.

Wrijf de helft van het zout in de kip en strooi de rest over de aardappels. Strooi de oregano over de kip en de aardappels.

Voeg zoveel water toe dat de aardappels bijna bedekt zijn.

Maal wat peper over de kip en de aardappels.

Zet de pan met deksel erop in de voorverwarmde oven. Haal na 1 uur en 20 minuten de deksel van de pan maar laat nog 10 minuten in de hete oven staan.

Serveer warm, met een frisse (Griekse) salade.



woensdag 3 juni 2015

Pastarolletjes met aubergine en tomatensaus


Tijdens de kookles vorige week hebben we ook een pastagerecht gemaakt. Volgens een Italiaanse uit Noord-Italie is dat helemaal geen Italiaans gerecht, maar volgens degenen die de cursus gaven was het een recept uit Sicilia.
Het is in ieder geval een lekker recept, waar het ook vandaan komt.
Het is duidelijk dat "de" Italiaanse keuken niet bestaat. Iedere regio heeft zijn eigen gerechten en recepten. Pasta komt niet uit Noord-Italie, daar eten ze risotto en polenta.
De tomatensaus bij dit recept is een basissaus die je bij van alles kan gebruiken. Maak een flinke hoeveelheid en vries in porties in.

Ingrediënten

2 aubergines
zout
Olijfolie
1 kg rijpe tomaten
peper
basilicum
300 gr tagliolini of tagliatelle
100 gr parmezaan
1 bol mozarella

Bereiding

Snijd de aubergines in dunne plakken. Doe de plakken in een grote kom met zout water. Laat ze hierin een uur staan. Laat ze uitlekken en maak ze droog. (Dit hoeft niet als je zoals hier die mooie ronde aubergines kan kopen).
Leg de plakken op een bakblik, smeer ze in met een beetje olijfolie en bak ze in een voorverwarmde oven van 130 graden ongeveer 30-40 minuten. Ze moeten goudbruin en zacht zijn.
Snijd de tomaten in stukken en doe ze in een pan. Kook ze ongeveer een kwartier met peper, zout, basilicum en als je van pittig houd wat chilipeper. Doe er een paar eetlepels olijfolie bij.
Zeef de tomaten (door een passe-vite, of door een zeef) zodat je een mooie egale saus krijgt.
Kook de pasta in flink wat kokend, gezouten water zoals op de verpakking staat aangegeven.
Giet de pasta af en breng de pasta op smaak met de tomatensaus, parmezaan en basilicum. Meng goed door (volgens de Italianen met je handen).
Leg de plakken aubergine op je werkblad. Leg daar wat pasta op, met een klein stukje mozarella en rol ze op. Doe een beetje saus op de bodem van een ovenschaal, doe de rolletjes goed tegen elkaar aan in de ovenschaal en schenk er nog wat saus op en wat parmezaan.
Bak de schotel 20 minuten in een voorverwarmde oven van 180 graden.
Eet smakelijk!




dinsdag 26 mei 2015

Atelier dei Sapori

Atelier dei Sapori


In Milaan is een vereniging actief van expat-vrouwen. Ik geloof meer dan 200 dames uit veel verschillende landen die wekelijks koffie-ochtenden organiseren om mensen te leren kennen, maar ook allerlei andere activiteiten. Het klinkt best tuttig, maar ik heb me hier toch maar bij aangesloten om mensen in Milaan te leren kennen.
De eerste contacten zijn gelegd, en ik ben afgelopen maandag naar een activiteit geweest. Ik ben naar een kookcursus geweest waarbij twee Italiaanse dames ons hebben laten zien hoe je een Italiaans zomermenu kookt, met allerlei tips waar ik zeker gebruik van ga maken.
We hebben zoals een Italiaans menu in elkaar steekt een pastagerecht gemaakt (primo), daarna een vleesgerecht (secondo) en een toetje (dolce).
Het toetje was tiramisu met kersen, die hier nu volop te verkrijgen zijn.
De creme voor de tiramisu maakten ze ongeveer zoals ik vorige week beschreven heb, alleen ging er nog een dl. opgeklopte slagroom door. Ik weet nog niet welke versie ik lekkerder vind.
Daarna werden de (ontpitte) kersen gekookt in een glas zoete rode wijn met suiker (75 gr) en daarna afgegoten.
De siroop werd gebruikt om de lange vingers in te dopen en tot slot werden de kersen nog even geflambeerd met cherry brandy en daarna over de tiramisu verdeeld vlak voor we het dessert gingen eten.
De lange vingers werden zelf gebakken en volgens de Italiaanse dames maakte dat het verschil. Ze waren inderdaad erg lekker. En zo maak je ze:


Savoiardi

Ingrediënten

2 hele eieren en 2 ei-gelen
120 gr suiker en 100 gr poedersuiker
het merg van een vanillestokje
200 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
150 gr maizena



Bereiding

Verwarm de oven voor op 200 graden.
Klop de eieren en ei-gelen en voeg geleidelijk de poedersuiker, vanille, en gewone suiker toe met een mespuntje zout, totdat het mengsel lekker zacht en romig is.
Zeef de bloem, het bakpoeder en de maizena en voeg toe. Klop nog even door.
Doe het mengsel in een spuitzak en vul een ingevette vorm voor lange vingers of spuit mooie streepjes op een vel bakpapier.
Voordat je ze in de oven ze zeef je er nog wat poedersuiker overheen.
Bak de koeken in een voorverwarmde oven ongeveer 8 minuten.
Laat de koeken even afkoelen voor je ze verder verwerkt in je tiramisu.

dinsdag 19 mei 2015

Venetië. Tiramisu en Pan del Pescatore

Het afgelopen weekend zijn we naar Venetië geweest, een prachtige stad, maar nu al erg druk.
Behalve veel rondlopen om zoveel mogelijk te zien, ga ik natuurlijk ook op zoek naar het lekkers dat de stad te bieden heeft. Veel zeevruchten, radicchio en artisjokken van het eiland Burano en de beroemde Tiramisu.
Ik heb natuurlijk de tiramisu geprobeerd, maar ik vind eigenlijk de tiramisu die ik zelf maak, naar een recept van Rudolph van Veen nog steeds het lekkerst (http://www.24kitchen.nl/recepten/tiramisu-0).


Lopend langs de vele bakkers zagen we lekkere koeken in de etalages liggen. Deze koeken heette Pan del pescatore, oftewel brood van de visser. De koeken schijnen lang goed te blijven zodat je ze op je vistocht mee kan nemen.
We hebben ze geprobeerd, speciaal de groene versie, met pistachenoten, heerlijk!

Natuurlijk ben ik op zoek gegaan naar een recept, en dan vind je er weer veel. Iedere nonna heeft weer een eigen recept. Deze heb ik uitgekozen omdat deze ook met pistachenoten is.

Ingrediënten
200 gr. bloem (vervang eventueel 25 gr. door maismeel)
1 ei
80 gr suiker
70 gr boter (op kamertemperatuur)
50 gr rozijnen
40 gr amandelen
40 gr pistachenoten
1 theelepel bakpoeder
eventueel wat groene kleurstof.


Bereiding
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Maal de helft van de noten fijn.
Vermeng de boter met de bloem, het bakpoeder, en voeg beetje bij beetje de suiker toe en vervolgens het ei. Voeg dan de gemalen en hele noten en de rozijnen toe, en eventueel de kleurstof. Vermeng het goed met elkaar.


Verdeel het deeg in vrij grote porties. Je moet 5 of 6 koeken kunnen maken van het deeg.
Vorm er halfronde ballen van  en zet die op een stuk bakpapier op de bakplaat.

Bak de koeken 15 tot 20 minuten.

De koeken moeten een heldere kleur houden en van binnen een beetje zacht zijn.


Eet smakelijk, ook als je niet gaat vissen.



maandag 11 mei 2015

Kruimeltaart van Nespole

Na drie weken eindelijk internet op onze nieuwe stek, en een stek waar ik kan koken en bakken. Het is dus zeker tijd voor een nieuwe blog.

Ik doe hier met veel plezier boodschappen op de markt, waar de mooiste verse produkten te krijgen zijn. Zo zag ik een aantal weken geleden opeens een vrucht op de markt die ik niet kende. Het leek een beetje op een abrikoos, en heet in het Italiaans nespole.
Ik heb een kilo gekocht en opgezocht wat het was. De vertaling was Loquats. Daarmee wist ik nog niet veel, maar nadat ik er een geproefd had, wist ik dat ik er een lekkere taart van kon maken.

Dat heb ik als volgt gedaan.

Ingrediënten


Cakedeeg
150 gr bloem
25 gr maizena
150 gr suiker
3 eieren
150 gr boter

Kruimeldeeg
100 gr bloem
100 gr boter
100 gr suiker

Vulling
1 kg nepole

Bereiding

Klop voor het cakedeeg de boter en de suiker luchtig. Voeg daarna één voor één de eieren toe. Klop iedere keer goed door. Meng de bloem met de maizena en voeg dit aan het boeter-eimengsel toe.

Vet een rechthoekige vorm in met boter en bekleed de vorm met bakpapier.

Giet het deeg in de vorm.

Verwarm nu de oven voor op 180 graden.

Meng voor de kruimels de boter en de suiker met twee messen door de bloem. Als de boter in kleine stukjes verdeeld is, kan je verder met de hand kneden tot zich lekkere kruimels vormen.

Maak nu het fruit schoon en verwijder de pitten.

Doe het fruit op de laag cakedeeg en verdeel er tenslotte de kruimels over.

Ongeveer een uur bakken in de voorverwarmde oven, even af laten koelen en smullen maar.

Nou weet ik best dat je in Nederland deze vruchten niet zo makkelijk kunt krijgen, maar deze taart is ook heerlijk met ander fruit: Gewoon met appels, met aardbei



en, met perzik en framboos, met ananas en dan wat kokos door de kruimels. Mogelijkheden genoeg!
Smul smakelijk!



woensdag 8 april 2015

Piadina



Ik had beloofd dat ik nog een keer zou schrijven over de Piadina. 
De piadina kende ik tot een maand geleden nog niet, maar nu lunch ik er graag mee. 
Een Piadina is een italiaans flatbread, soort wrap. 
Het is een typisch product uit Romagna, een gedeelte van de Emilia-Romagna regio (Ravenna, Rimini) maar komt ook in andere regio’s voor, en in San Marino.
De piadina is nu bekend in heel Italie en volgens verhalen over de hele wereld als streetfood en comfort food, ik ben ze overigens nog nergens tegengekomen.

Een piadina is meestal gemaakt van bloem, vet (extra virgin olijfolie of reuzel), water en/of melk, zout en soms rijsmiddel en wordt traditioneel gebakken op een kleischotel uit Montetiffi, een klein dorpje in de buurt van Forli, maar je kan ze ook gewoon in een platte pan bakken. Het recept is natuurlijk in elk dorpje en bij elke nonna anders. Het perfecte recept zal dus wel  niet bestaan. 
Na te zijn gebakken worden ze gevuld met zoete (Nutella!) of hartige ingrediënten zoals salumi, kaas, rucola, tomaten. En wat te denken van een winterse variant gevuld met Italiaanse worst en gekarameliseerde ui.
Wij aten ooit een heerlijke met mortadella, mozzarella en tomaten bij Eataly!

Tot 100 jaar geleden werd piadina gezien als armelui’s voedsel, een vervanger van brood dat ze aten tussen twee ladingen brood in (brood werd maar 1 keer per week gebakken). In de zestiger jaren gingen vrouwen ze met handkarren en een parasol langs de kant van de weg verkopen en werden piadina’s echte maaltijden.
Je kan de piadina’s natuurlijk ook in de supermarkt kopen, maar een versgebakken exemplaar is wel zo lekker.

De vorm van de piadina is in ook in de verschillende regio’s anders. In het zuiden van Romagna is de piadina erg dun en met een grote diameter, en als je noordelijker komt en in de bergen worden ze dikker en kleiner.
Afhankelijk van de smaak kan je de ingrediënten variëren. Voor een lichtere en knapperigere piadina gebruik je olijfolie en gebruik je geen rijsmiddelen. Reuzel (strutto in het Italiaans) geeft een rijkere en zachtere piadina.

Recept
Ingredienten

500 gr bloem
50 gr olijfolie of 75 gr reuzel of een mix daarvan
8 gr bakpoeder of 4 gr baking soda of geen van beide
8 gr zout
250 ml water of melk of een mix daarvan

Bereiding
Doe de ingredienten in een kom en kneed er een deeg van. Het moet zacht zijn maar niet kleverig. Als het kleverig is, doe er dan wat extra bloem bij.
Vorm het deeg tot een bal en laat het onder plastic een half uur rusten.
Verdeel het deeg in porties van ongeveer 100 gr en rol het deeg uit tot de dikte die je wilt.
Zet een platte pan op het vuur en laat het goed warm worden. Als je pan warm is leg je er een piadina in, prikt hem in met een vorm om blazen te voorkomen, en bakt hem 1 - 2 minuten (is ook afhankelijk van de dikte) aan elke kant. Er moeten een goudbruine kleur op komen.
Eet je piadina warm dus zorg dat je vulling klaar is. Leg de piadina op een bord, op de helft je vulling en vouw hem dubbel.

Je kan de piadina’s een paar dagen in een afgesloten zak in de koelkast bewaren of langer in de vriezer, maak ze wel lekker warm in een pan of de magnetron als je ze wilt eten.

“Delicious with every filling,                 “La j’è bona in tot i mud,
delicious even served plain:                 la j’è bona énca scundida:
if you haven’t already understood,       sà n’avì ancora capì,
I’m talking about piadina.”                   a scor propri dla pida.”
                                          (Folk poetry)




woensdag 1 april 2015

Colomba

In Nederland is wel bekend dat een Panettone bij Kerstmis in Italie hoort. Veel minder bekend is de Colomba, die bij Pasen hoort. Colomba is het Italiaanse woord voor duif, en in de vorm van het brood kan je  in de verte wel een duif herkennen.
Er zijn legendes in omloop dat de oorsprong van de colomba terug te vinden zou zijn in de tijd dat de Longobarden over Noord-Italië heersten (6e en 7e eeuw na Christus). 
Er wordt ook gezegd dat het oorspronkelijke recept door Pellegrino Artusi opgetekend is in De wetenschap in de keuken en de kunst om goed te eten, dat dateert uit 1891.


He lijkt echter veel simpeler te zijn. Deze lekkernij is een uitvinding van Dino Villani, hoofd reclame van het Milanese bedrijf Motta, dat al sinds jaar en dag beroemd was om zijn panettone rond de kerst. In 1930 kwam Villani op het idee ook een speciale bereiding voor Pasen te bedenken met ongeveer hetzelfde recept, om zo beter gebruik te kunnen maken van de productiecapaciteit van de enorme machineparken van Motta. Inmiddels wordt de colomba door bijna alle panettoneproducenten gemaakt, in verschillende variaties. Thuis wordt de colomba niet vaak gemaakt: zoals je kan zien is het een hoop werk!

Bij de linkjes hieronder kan je een recept vinden. Gebruik je fantasie voor een vulling en begin op tijd!