woensdag 20 april 2016

Courgettebloemen

Deze week heb ik weer een Italiaans kookles gehad. Het thema van deze week was voorjaarsgroente. Heerlijke gerechten met asperges, spinazie en courgettebloemen.

Courgettebloemen zijn in Nederland niet zo makkelijk te verkrijgen als hier en als bijvoorbeeld in Toronto. Toen we in Toronto woonden heb ik al wel gerechten met courgettebloemen gemaakt. 
Als je recepten met courgettebloemen zoekt, vind je meestal recepten om de courgettebloemen te frituren met een deegje of recepten om ze te vullen met bijvoorbeeld ricotta. Allebei erg lekker en allebei heb ik weleens gemaakt.

Bij de kookles van maandag 


gebruikten we de bloemen op een andere manier, in een pastagerecht.


Ingrediënten

300 gr spaghetti
12 courgettebloemen
4 eetlepels gehakte peterselie
1 - 2 eetlepels boter
80 gr geraspte parmezaan
1 eigeel
2,5 dl. groenteboullion
1 sjalot
olijfolie
zout en peper
eventueel een paar draadjes saffraan

Bereiding

Zet een grote pan met water en een snuf zout op. Breng het water aan de kook.
Intussen maak je de sjalot schoon en snipper de sjalot.
Doe in een grote pan met 3 eetlepels olie. Laat de sjalot glazig worden, voeg 2 eetlepels bouillon toe.

Maak de courgettebloemen schoon, door de stamper te verwijderen. Snijd de bloemen in de lengte in reepjes.

Kook de spaghetti in het kokende water.

Voeg de bloemen toe aan de sjalot samen met nog 4 -5 eetlepels bouillon.

Voeg nu de boter en de fijngesneden peterselie toe.

Doe het eigeel in de schaal waarin je de spaghetti wilt serveren. Voeg de saffraan en ongeveer 4 eetlepels bouillon toe. Roer los met een vork.
Voeg de parmezaan en de bloemen toe.

Giet de spaghetti af en doe ook in de schaal. Roer goed door en serveer direct.



Als er aan de bloemen kleine courgettes zitten kan je die in dunne plakjes met de bloemen mee stoven.







Als je toch gefrituurde bloemen wilt, is dit een recept:

Ingrediënten

12 bloemen
1/2 liter melk
3 volle eetlepels bloem
1 geklopt ei
zout
olijfolie


Bereiding

Maak je beslag in een wijde schaal, zodat je de bloemen goed door het beslag kan halen.
Verhit de olie in een diepe koekenpan of hapjespan.
Maak een beslag van de overige ingrediënten. Verwijder de stamper uit de bloemen en haal ze door het beslag en bak ze in de hete olie tot er een knapperig goudbruin laagje is ontstaan.
Laat even uitlekken op keukenpapier en serveer direct.





woensdag 13 april 2016

Klassieke citroenlimonade





Over anderhalve week gaan we een weekje op vakantie. We naar Napels en Pompeï en daarna wandelen op Ischia, een eilandje voor de kust bij Napels en bij de Amalfikust. Ik heb er erg veel zin in. Het weer is daar (en hier al heerlijk) en ook in die regio zijn vast weer streekrecepten te proeven. Ik heb me laten vertellen dat deze streek (naast Ligurië) ook beroemd is om de citroenen en de Limoncello. Een recept voor Limoncello gaf ik al eens, maar je kan van citroenen natuurlijk ook heerlijke citroenlimonade maken. Een van de eerste keren dat ik dit dronk, was trouwens op een warme Canadaday (1 juli) in Ottawa. De straten vol mensen gekleed in rood en wit, overal tentjes waar je eten en drinken kon kopen, en dan ook een tentje met deze heerlijke lemonade.

Ingrediënten

200 gr suiker
8 citroenen
snufje zout

Bereiding


Boen 2 citroenen goed schoon en haal de schil eraf met een dunschiller. Doe de schil met de suiker en ¼ liter water in een pannetje en breng het aan de kook, blijf roeren tot de suiker opgelost is.
Laat de siroop afkoelen. Schenk de siroop in een met ijsblokjes gevulde kan. 
Roer een snufje zout door de siroop, vul aan met het sap van de citroenen en water.
Voeg eventueel nog wat schijfjes citroen toe.




Heerlijk verfrissend op een warme dag. 

woensdag 30 maart 2016

Buccellato

Afgelopen weekend zijn we naar Toscane geweest; zaterdag naar Lucca - omdat dat de vorige keer niet gelukt was -  en op zondag hebben we heerlijk in de bergen van Toscane gewandeld.
Zoals altijd ben ik tijdens zo'n bezoek op zoek naar recepten van de streek, en dan het liefst een recept van een dessert of een taart.
En ook deze keer heb ik iets gevonden. In de etalages van de pasticceria's zag ik de buccellato liggen. Het leek een soort krentenbrood, dat moest ik dus proberen.

De buccellato is een zoet brood uit Toscane, speciaal uit de provincie Lucca. Het wordt doorgaans gemaakt naar aanleiding van feesten als Kerst en de jaarwisseling, maar nu met Pasen lag het dus ook volop in de winkels en waarschijnlijk het hele jaar door.

De origine van dit recept zou uit het Lucca van het jaar 1450 komen. Het is gevuld met rozijnen en heeft ee karakteristieke bruine kleur. Die kleur ontstaat doordat het brood voor het bakken wordt bestreken met een mengsel van losgeklopt ei met suiker.

Zoals zo vaak met een traditioneel recept is er geen universele versie. Iedere pasticceria en iedere familie heeft zijn eigen recept. De buccellato van Lucca is in ieder geval een zoet brood, gevuld met rozijnen en met de smaak van anijs.  Volgens de traditie heerlijk met een glas wijn, maar ook met slagroom en fruit als dessert.


Ingrediënten

500 gr bloem
150 gr suiker
50 gr boter
20 gr gist (of een zakje droge gist)
1 glas melk
2 eieren
50 gr rozijnen
2 theelepels anijszaad
een snufje zout
wat poedersuiker


Bereiding

Meng in een kom de gezeefde bloem samen met de suiker, de gist, het zout en 1 ei. Begin te kneden en voeg steeds een beetje melk toe.
Kneed goed door met de hand totdat je een homogene consistentie krijgt. Dan voeg je ook de rozijnen en het anijszaad toe.

Laat op een warme plaats afgedekt een uur rijzen.

Verdeel na een uur het deeg in porties, en vorm er donuts van. Of vorm er gewoon een langwerpig brood van. Leg op een met bakpapier beklede bakplaat. Snijd het deeg aan de bovenkant in en laat afgedekt met een vochtige theedoek nog een uur rijzen.

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Klop het tweede ei los met wat poedersuiker en bestrijk daarmee de bovenkant voordat je het brood in de oven zet.

Bak het brood in in een voorverwarmde oven ongeveer 50 minuten tot een uur.

Met de vulling kan je natuurlijk variëren, gebruik stukjes gedroogde vijg of geconfijte sinaasappelschil. En wat mij ook lekker lijkt, in plaats van suiker gestampte muisjes door het ei wat je over het brood strijkt...


 

.

woensdag 16 maart 2016

Gnocchi

Gnocchi heb ik al wel vaker gegeten, maar nog nooit zelf gemaakt. Bij de kookles afgelopen maandag hebben we gnocchi gemaakt. Ik weet nu dat de zelfgemaakte veel lekkerder zijn dan de gnocchi die je in de suypermarkt koopt, ook al is het een Italiaanse supermarkt.


Gnocchi betekent klonten, en zijn het meest bekend van de variant gemaakt met aardappel. De aardappel wordt gekookt en gepureerd, daarna wordt er een deeg van gemaakt met bloem. Daarvan worden kleine balletjes gemaakt die door ze over een vork te rollen hun specifieke vorm krijgen.

In de Piemonte wordt er ook een ei aan het deeg toegevoegd.

Je eet de gnocchi met bijvoorbeeld een tomatensaus, maar met alleen salieboter en geraspte parmezaan is ook erg lekker.

Ingrediënten

1 kg aardappels
200 gr bloem
1 ei
zout

500 gr venusschelpen
1 teentje knoflook
1 rode peper
2 eetlepels olijfolie
1 bosje peterselie
droge witte wijn
1 dl room
1 theelepel bloem
zout en peper

Bereiding

Kook de aardappels in de schil, in water met wat zout tot ze gaar zijn. Giet ze af, en pel de schil eraf terwijl ze nog heet zijn. Maak er direkt puree van op je aanrechtblad (gaat het makkelijkst met een pureeknijper), voeg dan de bloem en het ei toe. Kneed het deeg met je handen totdat het een zacht en soepel deeg is.
Snijd het deeg in twee stukken en rol elk deel in twee lange worstvormige stukken. Snijd het deeg in kleine stukjes. Rol de stukje vervolgens over de tanden van een vork. Door de ribbels die ontstaan kunnen de gnocchi meer saus opnemen.

Laat de gnocchi even rusten op een met bloem bestoven theedoek tot de saus klaar is.

Doe de olie in een pan, voeg de knoflook, chilipeper en de in zout water gewassen schelpen toe.
Laat even bakken. Voeg vervolgens de witte wijn toe. Laat dat verdampen.
Doe het vuur uit als de schelpen open zijn, en haal de zeevruchten uit de schelpen. en haal de knoflook uit de pan.
Giet de saus door een fijne zeef  of een stuk kaasdoek om de laatste stukjes zand uit de saus te verwijderen..
Mix de bloem en de room. Voeg dat toe aan de saus.
Kook de gnocchi in water met wat zout. Ze zijn gaar als ze boven komen drijven.
Doe de gnocchi in de saus en serveer direct.






woensdag 9 maart 2016

Puntarella

Bij het menu uit Rome dat we bij de kookles maakte hoort natuurlijk ook een contorno, oftwel een bijgerecht. Dat is meestal een groentegerecht en zo ook deze keer.
We maakten puntarella. Dat is een groente die in de buurt van Rome veel gegeten wordt, maar tegenwoordig ook in Milaan goed te krijgen is.
Als je op google zoekt op puntarella krijg je vooral recepten voor een salade, maar wij maakten een warm groentegerecht.

Je eet bij dit gerecht alleen de "vingertjes" die het middelste gedeelte van de krop vormen. Op de foto het wat lichtere gedeelte in het midden. Voor je ze bakt snijd je ze wat kleiner.

In Nederland is deze groente waarschijnlijk niet te vinden, maar ik denk dat witlof een goed alternatief kan zijn, dat is van dezelfde familie, en heeft ook iets bitters.

Ingrediënten
500 gr puntarella (of witlof)
3 eetlepels olijfolie
2 teentjes knoflook
1-2 gedroogde chilipepers
2 ansjovisfilets
2 eetlepels pijnboompitten
2 eetlepels kappertjes
3 eetlepels zwarte olijven (zonder pit)
eventueel zout

Bereiding
Snijd de puntarella (of witlof) in de lengte in repen.

Verwarm de olie in grote hapjespan. Voeg de in plakjes gesneden knoflook toe (wil je niet zo'n erge knoflook smaak, laat de teentjes dan heel en haal ze er later weer uit), de ansjovis, de kappertjes, de olijven en de pijnboompitten en verkruimel de chilipepertjes erover.
Laat even sudderen zodat het geheel smaak krijgt.
Voeg de puntarella toe, laat op een hoog vuur even smoren terwijl je met een houten lepel roert. Zet dan het vuur wat lager en laat rustig garen. Eventueel een beetje zout toevoegen (is eigenlijk niet nodig omdat de ansjovis, en de olijven al zout zijn) of een beetje water.
Als de groente gaar is op een schaal leggen en warm of koud serveren.

Dit is ook lekker als je de puntarella kleiner snijdt op een bruschetta.




woensdag 2 maart 2016

Saltimbocca alla Romana


Uit ons Romaanse menu van de kookles van vorige week deze keer de secondo.
Saltimbocca is een gerecht dat ik ook al wel in Nederland maakte (met grotere schnitzels, gebloemd en met marsala) , maar nu heb ik het recept van een Italiaanse.
Saltimbocca betekent "spring in de mond". In het verleden heb ik mij laten vertellen dat dat sloeg op de smaak van de salie, die je in dit recept gebruikt. Nu werd mij verteld dat dat slaat op het formaat van de stukjes vlees, die je gebruikt, stukjes die in een keer in je mond kunnen.
Ik kan me voorstellen dat allebei waar is, maar ik neig toch naar de laatste versie.
Dit recept heeft ook weer een minimum aan ingrediënten en een maximum aan smaak. Serveer hierbij een groentegerecht, spinazie of witlof (bij gebrek aan puntarella wat wij erbij aten) en je hebt weer een heerlijke Italiaanse maaltijd.
Ook lekker erbij zijn bijvoorbeeld aardappelpuree en erwtjes.


Ingrediënten

400 gr kalfsschnitzel (niet gepaneerd, gewoon dunne lapjes vlees!)
100 gr rauwe ham
50 gr boter
veel blaadjes salie
droge witte wijn
zout en peper

Bereiding

Mep de schnitzels wat platter (met een steelpan bijvoorbeeld) en snijd ze in kleinere stukjes. Verdeel de ham in stukjes die mooi op de plakjes vlees kunnen.
Leg op elk stukje vlees een plakje ham en een blaadje salie. Zet dat vast met een cocktailprikker.
Smelt de boter in een koekenpan. Leg de saltimbocca in een laag in de pan. Kruid met zout en peper. Laat op een hoog vuur aan beide kanten kleuren. Giet er een half glas wijn bij en laat dat verdampen.
Haal het vlees uit de pan en laat even op een bord rusten.
Giet twee eetlepels water in de pan en roer met een houten lepel de aanbaksels van de bodem van de pan zodat je een saus krijgt.
Giet de saus over de saltimbocca.
Eet smakelijk!

woensdag 24 februari 2016

Cacio e pepe

De Italiaanse recepten blinken vaak uit in eenvoud, misschien niet altijd in de bereidingswijze, maar zeer zeker in de hoeveelheid ingrediënten.
Tijdens mijn maandelijkse Italiaanse kookles maakten we deze week een Romeins menu. Daarbij weer een aantal voorbeelden hiervan.
Het mooiste voorbeeld was misschien wel de primo. Cacio e pepe, kaas (pecorino) en peper in Italiaans dialect. Een pastagerecht dus met slechts drie ingrediënten: Pasta, kaas en peper.
Het ingenieuze van dit recept zit 'm in de bereidingswijze, je maakt de pasta een beetje zoals risotto. Het resultaat is een heerlijk romige saus, zonder dat er boter of olie aan te pas komt.



Ingrediënten

500 gr bucatini (of spaghetti)
300 gr geraspte pecorino romano
versgemalen peper





Bereiding

Breng in een grote pan water aan de kook, je hoeft geen zout toe te voegen, de kaas geeft genoeg smaak aan de pasta.
Als het water aan de kook is, doe je de pasta erin.
Na een paar seconden, wordt het water wat troebel omdat de pasta zetmeel loslaat.
Haal dan met een soeplepel bijna al het water uit de pan, doe dat in een andere pan, die ook op het vuur staat, zodat dat water wel warm blijft. De pasta moet nog net onder staan.

Blijf de pasta roeren, voeg af en toe een lepel water uit de andere pan toe, zodat het geheel smeuig blijft.

Als de pasta al dente is voeg dan terwijl je blijft roeren de kaas toe, en flink wat vers gemalen peper.
Als de kaas een lekkere saus heeft gevormd rond de pasta is je gerecht klaar.

Serveer de pasta met nog wat vers gemalen peper erop.

Tip: het is handig om een timer te gebruiken om bij te houden wanneer de pasta klaar is.